stoep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stoep
Overerving en ontlening
enkelvoud meervoud
naamwoord stoep stoepen
verkleinwoord stoepje stoepjes

Zelfstandig naamwoord

stoep v/m

  1. meestal stenen verhoging bij de ingang van een woning
    Zij was de stoep aan het boenen.
  2. (verkeer) een vaak verhoogd onderdeel van een weg bedoeld voor voetgangers
    De stoep was onbegaanbaar vanwege de vele losliggende tegels.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • op de stoep staan
Vertalingen