stoep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stoep
Overerving en ontlening
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | stoep | stoepen |
| verkleinwoord | stoepje | stoepjes |
Zelfstandig naamwoord
- meestal stenen verhoging bij de ingang van een woning
- Zij was de stoep aan het boenen.
- (verkeer) een vaak verhoogd onderdeel van een weg bedoeld voor voetgangers
- De stoep was onbegaanbaar vanwege de vele losliggende tegels.
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- op de stoep staan
Vertalingen
op de stoep staan
|