stappen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- stap·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| stappen /ˈstɑ.pə(n)/ |
stapte /ˈstɑp.tə/ |
gestapt /ɣə.ˈstɑpt/ |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
stappen
- (ergatief) een stap doen
- Wij stapten op de trein.
- een avondje uit gaan
- We zijn gisteren wezen stappen.
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- naar de rechter stappen
een gerechtelijke procedure tegen iemand opstarten
- in het huwelijksbootje stappen
gaan trouwen
- uit het leven stappen
zelfmoord plegen
Vertalingen
naar de rechter stappen
|
in het huwelijksbootje stappen
|
uit het leven stappen
|
Zelfstandig naamwoord
stappen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stap