trottoir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • trot·toir
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans.
enkelvoud meervoud
naamwoord trottoir trottoirs
verkleinwoord trottoirtje trottoirtjes

Zelfstandig naamwoord

trottoir o

  1. (verkeer) verhoging langs de weg waarover voetgangers zich kunnen bewegen
    Het trottoir zal worden verbreed zodat mensen hier in de toekomst niet meer over de weg zullen hoeven lopen.
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie