stemmen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

naamwoord van handeling
zelfstandig bijvoeglijk
stemmen stemmend
stemming gestemd
Uitspraak
Woordafbreking
  • stem·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stemmen
stemde
gestemd
zwak -d volledig

Werkwoord

stemmen

  1. (inergatief) deelnemen aan een verkiezing
    Ben je al wezen stemmen?
  2. (overgankelijk) (muziek) een instrument op de juiste toonhoogte brengen
    Het orkest stemt altijd op de a van de hobo.
  3. (overgankelijk) iemand een bepaald gevoel geven
    Dat stemde hem een stuk vriendelijker.
Synoniemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

stemmen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stem

Meer informatie


Deens

Woordafbreking
  • stem·men
Naar frequentie 4581

Zelfstandig naamwoord

stemmen, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van stemme


Noors

Woordafbreking
  • stem·men
Naar frequentie 1801

Zelfstandig naamwoord

stemmen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van stemme


Nynorsk

Woordafbreking
  • stem·men

Zelfstandig naamwoord

stemmen, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van stem