stap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stap
enkelvoud meervoud
naamwoord stap stappen
verkleinwoord stapje stapjes

Zelfstandig naamwoord

stap m

  1. het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan
    Door zijn stap te vergroten ging hij sneller lopen.
  2. een kleine beweging naar een bepaald doel
    Het is afwachten tot iemand de eerste stap zet om te komen tot vrede.
Synoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
stappen

stap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stappen
    Ik stap.
  2. gebiedende wijs van stappen
    Stap!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stappen
    Stap je?