spugen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • spu·gen

Werkwoord

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spugen
/'spy.ɣə(n)/
spoog, spuugde
/'spox/, /'spyɣ.də/
gespogen
gespuugd
/ɣə.'spo.ɣə(n)/
/ɣə.'spyxt/
Klasse 2 volledig

spugen

  1. speeksel uit de mond doen uitschieten.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Andere talen