scholen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- scho·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| scholen |
schoolde |
geschoold |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
scholen
- aan een opleiding onderwerpen
- Zij schoolden een aantal van hun werknemers in deze nieuwe techniek.
Vertalingen
1. aan een opleiding onderwerpen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schuilen |
scholen
- meervoud verleden tijd van schuilen
- Wij scholen.
- Jullie scholen.
- Zij scholen.
- Wij scholen.
Zelfstandig naamwoord
scholen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord school