schuilen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schui·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schuilen |
school schuilde |
gescholen geschuild |
| klasse 2
zwak -d |
volledig | |
Werkwoord
schuilen
- (inergatief) zich verbergen voor iets
- Zij scholen onder een brug voor de plotseling stortbui.
Vertalingen
1. zich verbergen voor iets