proper

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen proper properder properst
verbogen propere properdere properste
Woordafbreking
  • pro·per

Bijvoeglijk naamwoord

proper

  1. net, rein, schoon, zindelijk.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen