schoon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schoon
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | schoon | schoner | schoonst |
| verbogen | schone | schonere | schoonste |
Bijvoeglijk naamwoord
schoon
- mooi (vooral in Vlaanderen en Limburg)
- net, proper, rein, milieuvriendelijk (vooral in Nederland)
Vertalingen
2. proper
Bijwoord
schoon
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord proper, gereinigd
- schoonwrijven: hij trachtte zijn jas schoon te wrijven.