precedent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·ce·dent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord precedent precedenten
verkleinwoord precedentje precedentjes

Zelfstandig naamwoord

precedent o

  1. een geval dat eerder heeft plaatsgevonden en men zich op beroepen kan
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie