antecedent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • an·te·ce·dent
enkelvoud meervoud
naamwoord antecedent antecedenten
verkleinwoord antecedentje antecedentjes

Zelfstandig naamwoord

antecedent o

  1. (grammatica) de naam voor het woord waarnaar een ander woord, meestal een betrekkelijk voornaamwoord, verwijst
    Het is niet altijd makkelijk om de antecedenten in een zin te bepalen.
Vertalingen
stellend
onverbogen antecedent
verbogen antecedente

Bijvoeglijk naamwoord

antecedent

  1. (geologie) (van een rivier) wanneer deze, ondanks een opheffing van het gebied waarin zij stroomt, haar bedding kan handhaven, door die in het stijgende landschap in te snijden


Meer informatie