pram
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pram
Niet in de woordenlijst van de Taalunie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | pram | prammen |
| verkleinwoord | prammetje | prammetjes |
Zelfstandig naamwoord
pram v
- (verouderd) elk van de borsten van een zogende vrouw
- (verouderd) de vrouwenborst in het algemeen
- (verouderd) de uier van een zoogdier
Synoniemen
Vertalingen
Engels
Uitspraak
Woordafbreking
- pram
Woordherkomst en -opbouw
- [1]: Verkorting van het Engelse woord perambulator.
- [2]: Afkomstig van het Oudnoorse woord pramr.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| pram | prams |
Zelfstandig naamwoord
pram
- (afkorting), (verkorting), (verkeer) kinderwagen (VK)
- (scheepvaart) praam
Synoniemen
- [1]: baby buggy
- [1]: baby carriage
- [1]: carriage
- [1]: go-cart
- [1]: perambulator
- [1]: pushchair
- [1]: pusher
- [1]: stroller
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
- [1]: pram chain
- [1]: pram park
- [1]: doll's pram
Typische woordcombinaties
- [1]: to push a pram (VK)
een kinderwagen duwen