cargo
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- car·go
Woordherkomst en -opbouw
- Afkomstig uit het Spaans.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | cargo | cargo's |
| verkleinwoord | cargootje | cargootjes |
Zelfstandig naamwoord
cargo m
- de goederen vervoerd door een voertuig
- Een vrachtwagen mag zich niet door een stad begeven als hij gevaarlijke cargo vervoert.
- een schip dat goederen vervoert
- Piraten kapen Griekse cargo in Golf van Aden (Het Laatste Nieuws).
Synoniemen
- [1] lading, last, vracht, vrachtgoed, vrachtgoederen
- [2] cargoschip, vrachtschip
Spaans
Uitspraak
- IPA: /ˈkar.go/
Woordafbreking
- car·go
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| cargo | cargos |
Zelfstandig naamwoord
cargo m
Synoniemen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| cargar |
cargo
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van cargar.