oppositie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·po·si·tie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oppositie | opposities |
| verkleinwoord | oppositietje | oppositietjes |
Zelfstandig naamwoord
oppositie v
- tegenstand.
- Het leger ontmoette veel oppositie nadat de tegenstanders erin geslaagd waren te hergroeperen.
- mensen en partijen die niet tot de regeringspartijen horen
- De oppositie slaagde er toch in veel volgelingen op de been te brengen.
Vertalingen
2. mensen en partijen die niet tot de regeringspartijen horen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.