paradox
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pa·ra·dox
Woordherkomst en -opbouw
- afgeleid van het Griekse 'doxa' (mening, verwachting) met het voorvoegsel para- [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | paradox | paradoxen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
paradox m
- schijnbare tegenspraak
Hyponiemen
- Abilene-paradox, Bell-paradox, Fermiparadox, Galileo-paradox, grootvaderparadox, leugenaarsparadox, predestinatieparadox, Sint-petersburgparadox, tweelingparadox, verjaardagenparadox, wigparadox
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.