onderverdelen/vervoeging
Uit WikiWoordenboek
| vervoeging van de bedrijvende vorm van onderverdelen | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| tegenwoordige tijd | verleden tijd | toekomende tijd | |||||||||
| enkelvoud | meervoud | enkelvoud | meervoud | enkelvoud | meervoud | ||||||
| ik | (verdeel onder), (bijzin) onderverdeel |
wij, we | (verdelen onder), (bijzin) onderverdelen |
ik | (verdeelde onder), (bijzin) onderverdeelde |
wij, we | (verdeelden onder), (bijzin) onderverdeelden |
ik | zal onderverdelen | wij, we | zullen onderverdelen |
| jij, je, u gij, ge |
(verdeelt onder), (bijzin) onderverdeelt |
jullie | (verdelen onder), (bijzin) onderverdelen |
jij, je, u gij, ge |
(verdeelde onder), (bijzin) onderverdeelde |
jullie | (verdeelden onder), (bijzin) onderverdeelden |
jij, je, u gij, ge |
zal, zult onderverdelen zult onderverdelen |
jullie | zullen onderverdelen |
| hij, zij, het | (verdeelt onder), (bijzin) onderverdeelt |
zij, ze | (verdelen onder), (bijzin) onderverdelen |
hij, zij, het | (verdeelde onder), (bijzin) onderverdeelde |
zij, ze | (verdeelden onder), (bijzin) onderverdeelden |
hij, zij, het | zal onderverdelen | zij, ze | zullen onderverdelen |
| onvoltooid deelwoord | voltooide tijd | gebiedende wijs | aanvoegende wijs | ||||||||
| onderverdelend | onderverdeeld hebben | (verdeel onder), (verdeelt onder) | (bijzin) onderverdele |
||||||||