component

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·po·nent
enkelvoud meervoud
naamwoord component componenten
verkleinwoord componentje componentjes

Zelfstandig naamwoord

component m

  1. bestanddeel, een deel van een geheel.
  2. hoogwaardige manier om een video signaal op te slaan middels een zwart-wit signaal en twee kleur-verschil signalen. (Y(helderheid) + B-Y + R-Y).
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen