protesteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·tes·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
protesteren
protesteerde
geprotesteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

protesteren

  1. (inergatief) grote bezwaren uiten
    Het verzoek werd afgewezen, waarop de advocaat nog protesteerde, maar uiteindelijk toch zijn pleidooi hield.
    Honderden boeren protesteerden in de straten van Brussel tegen de nieuwe landbouwplannen.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl