subject
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sub·ject
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | subject | subjecten |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
subject o
- (taalkunde) onderwerp van een zin (zaak waarmee men zich bezighoudt)
- (filosofie) het denkende en beschouwende ik, tegenover het niet-ik ofwel het object
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | subject |
| verbogen | subjecte |
Niet in de woordenlijst van de Taalunie (als bijvoeglijk naamwoord)
Bijvoeglijk naamwoord
subject
- onderworpen aan, onderhevig aan
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
Engels
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| subject | subjects |
Zelfstandig naamwoord
subject