neus
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- neus
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | neus | neuzen |
| verkleinwoord | neusje | neusjes |
Zelfstandig naamwoord
neus m
- (anatomie) een orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
- Mensen halen meer adem via hun neus dan via hun mond.
- het reukvermogen
- Je hebt er echt een neus voor!
- het voorste deel van een voorwerp
- De neus van het vliegtuig was beschadigd.
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- de neus ophalen voor iets
- keel-, neus- en oorheelkunde
Vertalingen
1. een orgaan dat gebruikt wordt bij de ademhaling en om te ruiken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| neuzen |
neus
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neuzen
- Ik neus.
- gebiedende wijs van neuzen
- Neus!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van neuzen
- Neus je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.