wijsneus
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈʋɛɪsnøs/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈβ̞ɛːsnøs/
Woordafbreking
- wijs·neus
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | wijsneus | wijsneuzen |
| verkleinwoord | wijsneusje | wijsneusjes |
Zelfstandig naamwoord
wijsneus m
- iemand die meent dat hij veel weet
- Hou toch op, je gedraagt je als een wijsneus.