neusbeen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- neus·been
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | neusbeen | neusbeenderen |
| verkleinwoord | neusbeentje | neusbeentjes |
Zelfstandig naamwoord
neusbeen o
- (anatomie) één van de beenderen van de schedel
- De kogel raakte het neusbeen.
Vertalingen
1. één van de beenderen van de schedel
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.