orkest

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • or·kest
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Griekse orchèstra (halfronde plaats in theater waar gedanst werd), dat weer samengesteld is uit orcheisthai (dansen) en -tra (plaatsaanduiding).
enkelvoud meervoud
naamwoord orkest orkesten
verkleinwoord orkestje orkestjes

Zelfstandig naamwoord

orkest o

  1. (muziek) een groep musici
    Het orkest was in staat heel zacht te spelen, maar ook heel erg sterk.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen