koor
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- koor
Woordherkomst en -opbouw
- Ontleend aan het (Middeleeuws-)Latijnse chorus (reidans, dansgezelschap, koor).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | koor | koren |
| verkleinwoord | koortje | koortjes |
Zelfstandig naamwoord
koor o
- (muziek) een groep mensen die samen zingen
- (muziek) een muziekstuk om in groep te zingen
- de ruimte van een kerk waar zich het hoofdaltaar bevindt
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
- in koor zingen
samen zingen
Vertalingen
1. een groep mensen die samen zingen
Afrikaans
Zelfstandig naamwoord
koor
Estisch
Zelfstandig naamwoord
koor
Wolof
Zelfstandig naamwoord
koor