koor

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • koor
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het (Middeleeuws-)Latijnse chorus (reidans, dansgezelschap, koor).
enkelvoud meervoud
naamwoord koor koren
verkleinwoord koortje koortjes

Zelfstandig naamwoord

koor o

  1. (muziek) een groep mensen die samen zingen
  2. (muziek) een muziekstuk om in groep te zingen
  3. de ruimte van een kerk waar zich het hoofdaltaar bevindt
Synoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • in koor zingen
samen zingen
Vertalingen


Afrikaans

Zelfstandig naamwoord

koor

  1. koor


Estisch

Zelfstandig naamwoord

koor

  1. koor
  2. schors, schil
  3. aardkorst


Wolof

Zelfstandig naamwoord

koor

  1. ramadan