spijker
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- spij·ker
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spijker | spijkers |
| verkleinwoord | spijkertje | spijkertjes |
Zelfstandig naamwoord
spijker
- m (techniek) een metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden
- Hij is erg onhandig; hij kan nog geen spijker in een stuk hout slaan!
- o een opslagplaats voor graan
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
De spijker op de kop slaan.
- Zeggen waar het om draait.
Spijkers met koppen slaan
- Zonder omwegen op z'n doel af gaan.
Spijkers op laag water zoeken.
- Over onbenullige dingen zeuren.
Vertalingen
1. een metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| spijkeren |
spijker
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
- Ik spijker.
- gebiedende wijs van spijkeren
- Spijker!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
- Spijker je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.