lippen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lip·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| lippen |
lipte |
gelipt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
lippen
- (overgankelijk) (muziek) het intoneren van een blaasinstrument door gebruik van de embouchure in plaats van de vingerzetting, zoals dat nodig was bij sommige historische instrumenten zoals het serpent
- Hij lipte die moeilijke passage zonder enige valse noot te spelen.
- geluidloos met de lippen een woord nadoen
- "Wat!" lipte hij achter de rug van de leraar.
- (overgankelijk) (media) synchroon met een geluidsopname de lippen bewegen zoals dat in films of video's gedaan wordt
- Die hele scène was gelipt en de echte zangeres krijg je niet te zien.
- (makelaardij) op eigen risico makelaardij bedrijven
- (makelaardij) misbruik maken van iemands hachelijke positie om een te gunstige prijs te bedingen
- een lipvormig aanhangsel uitsnijden van een, meestal metalen, plaat
- (inergatief) (sport) bij het golfspel het putje met de bal net raken, waarbij de bal er weer uitspringt en zijn weg vervolgt
- Hij dacht een birdie te hebben, maar de bal lipte.
Zelfstandig naamwoord
lippen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lip
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Media in het Nederlands
- Makelaardij in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Zelfstandig-naamwoordsvorm in het Nederlands