leiding
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- lei·ding
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van leiden met het achtervoegsel -ing.
| 1, 2 en 4 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | leiding | - |
| verkleinwoord | - | - |
| 3 | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | leiding | leidingen |
| verkleinwoord | leidinkje | leidinkjes |
Zelfstandig naamwoord
leiding v
- het bepalen wat een groep of organisatie behoort te doen.
- Hij nam de leiding over toen bleek dat Jan de weg kwijt was.
- (bedrijfskunde) diegenen die het beheer in handen hebben.
- De leiding van deze beweging is over een aantal belangrijke zaken onderling verdeeld.
- een buis of slang die een vloestof of gas van de ene plaats naar de andere geleidt.
- Door de hoge druk ontstond er een lek in de leiding.
- een koppositie in een wedstrijd of competitie.
- Twee Nederlanders nemen momenteel de leiding.
Synoniemen
- [1] leidinggeven
- [2] leidinggevenden, management
- [3] buis, slang
- [4] koppositie
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
te controleren
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.