slang

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken
1
2

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slang
enkelvoud meervoud
naamwoord slang slangen
verkleinwoord slangetje slangetjes

Zelfstandig naamwoord

slang v/m

  1. (dierkunde) reptiel met een relatief lang lijf, vaak glad lichaam zonder ledematen.
  2. darm; in de betekenis van een buigzame buis.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen