leider

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lei·der
enkelvoud meervoud
naamwoord leider leiders
verkleinwoord leidertje leidertjes

Zelfstandig naamwoord

leider m

  1. iemand die leidt, bestuurt.
    Elke goed samenwerkende groep heeft een leider nodig.
  2. persoon of ploeg die op de eerste plaats staat in een competitie of wedstrijd.
    De leider in de Ronde van Frankrijk verstevigt zijn leiderspositie door nog een etappe te winnen.
Synoniemen
  1. koploper
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Duits

Bijwoord

leider

  1. helaas
Persoonlijke instellingen