langs

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

Voorzetsel

langs

  1. terzijde van, evenwijdig aan.
    het fietspad loopt langs het kanaal.
Vertalingen

Bijwoord

  vnw. bijw.
  voorzetselbijwoord     langs  
  neutraal     erlangs  
  nabij     hierlangs  
  veraf     daarlangs  
  vragend     waarlangs  

langs

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    langsglijden - hij gleed langs
  2. prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
    Het pad ligt er voor een belangrijk deel langs.
Persoonlijke instellingen