langs
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- langs
Voorzetsel
langs
- terzijde van, evenwijdig aan
- Het fietspad loopt langs het kanaal.
Anagrammen
Vertalingen
| vnw. bijw. | ||
|---|---|---|
| voorzetselbijwoord | langs | |
| persoonlijk | erlangs | |
| aanwijz. | nabij | hierlangs |
| veraf | daarlangs | |
| vragend/betrekk. | waarlangs | |
Bijwoord
langs
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- langsglijden - hij gleed langs.
- prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- Het pad ligt er voor een belangrijk deel langs.
Bijvoeglijk naamwoord
langs
- partitief van de stellende trap van lang
Noors
Uitspraak
Woordafbreking
- langs
Woordherkomst en -opbouw
| Naar frequentie | 2509 |
|---|
Voorzetsel
langs
Afgeleide begrippen
Nynorsk
Uitspraak
Woordafbreking
- langs
Woordherkomst en -opbouw
Voorzetsel
langs