langs
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Voorzetsel
langs
- terzijde van, evenwijdig aan.
- het fietspad loopt langs het kanaal.
Vertalingen
Bijwoord
| vnw. bijw. | |
|---|---|
| voorzetselbijwoord | langs |
| neutraal | erlangs |
| nabij | hierlangs |
| veraf | daarlangs |
| vragend | waarlangs |
langs
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
- langsglijden - hij gleed langs
- prepositionaal deel van een voornaamwoordelijk bijwoord
- Het pad ligt er voor een belangrijk deel langs.