voorbij
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·bij
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | voorbij |
| verbogen | voorbije |
Bijvoeglijk naamwoord
voorbij
- wat al in het verleden ligt
- In de voorbije jaren waren er grote demonstraties in Teheran, Sjiraz en zelfs Masjhad.
Vertalingen
Bijwoord
voorbij
- bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord een bepaald punt passeren
- voorbijgaan: Hij ging op de fiets voorbij.