voorbij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·bij
stellend
onverbogen voorbij
verbogen voorbije

Bijvoeglijk naamwoord

voorbij

  1. wat al in het verleden ligt
    In de voorbije jaren waren er grote demonstraties in Teheran, Sjiraz en zelfs Masjhad.
Vertalingen

Bijwoord

voorbij

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord een bepaald punt passeren
    voorbijgaan: Hij ging op de fiets voorbij.