mogen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·gen
Woordherkomst en -opbouw
  • afkomstig van:
Middelnederlands: mogen, moghen
Oudnederlands: mugan
Germaans: *maganan
Indo-Europees: *megʰ-
  • Verwant in Germaans:
West: Engels: may (Angelsaksisch: magan), Duits: mögen, (Oudhoogduits: mugan), Oudfries: muga
Noord: Zweeds: må, Deens: måtte, (Oudnoors: mega), IJslands/Faeröers: mega
Oost: Gotisch: magan
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mogen
mocht
gemogen
onregelmatig volledig

Werkwoord

mogen

  1. (modaal werkwoord) toegestaan zijn
    Hij mag veel te veel.
    Wij mochten niet komen.
    Mogen zij in vrede rusten.
Opmerkingen
  • Mocht kan alleen gebruikt worden als de genoemde toestand mogelijk is, als er onzekerheid is.[1]
Vertalingen
Verwijzingen
  1. Taalmail 453 van 20 september 2010, vraagpunt nr 5
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen