mogen

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mogen
mocht
gemogen
onregelmatig volledig

Werkwoord

mogen

  1. (modaal werkwoord) toegestaan zijn.
    Hij mag veel te veel.
    Wij mochten niet komen.
Persoonlijke instellingen