kuil

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kuil
enkelvoud meervoud
naamwoord kuil kuilen
verkleinwoord kuiltje kuiltjes

Zelfstandig naamwoord

kuil v/m

  1. een uitholling, een gegraven gat.
    Er zat een diepe kuil in de weg.
  2. een vangnet.
  3. het achterste deel van een sleepnet.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen