tempel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tem·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord tempel tempels
verkleinwoord tempeltje tempeltjes

Zelfstandig naamwoord

tempel v/m

  1. (religie) een gebouw voor godsverering
    Heb je de tempel al gezien die ze hier in de buurt aan het bouwen zijn?
Vertalingen

Meer informatie