koster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kos·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord koster kosters
verkleinwoord kostertje kostertjes

Zelfstandig naamwoord

koster m

  1. kerkelijke bediende, die met de zorg van het kerkgebouw, en het vlot verloop van de kerkdiensten belast is
Verwante begrippen
Anagrammen
Vertalingen

Meer informatie


Deens

Woordafbreking
  • kos·ter
Naar frequentie 1364

Werkwoord

koster

  1. tegenwoordige tijd van koste


Noors

Woordafbreking
  • kos·ter
Naar frequentie 1342

Werkwoord

koster

  1. tegenwoordige tijd van koste

Zelfstandig naamwoord

koster, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van kost