kanjer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- kan·jer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kanjer | kanjers |
| verkleinwoord | (kanjertje) | (kanjertjes) |
Zelfstandig naamwoord
kanjer m
- iets bijzonder groots of opvallends
- Voorbeeldzin met het kanjer erin.
- iemand die iets doet dat buitengewoon gevonden wordt
- Je bent echt een kanjer, dat je dat voor elkaar gekregen hebt.