joekel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • joe·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord joekel joekels
verkleinwoord (joekeltje) (joekeltjes)

Zelfstandig naamwoord

joekel m

  1. (informeel) iets bijzonder groots of opvallends
    Hij maakte daarmee een joekel van een fout.
Synoniemen
Vertalingen