keer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- keer
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | keer | keren |
| verkleinwoord | keertje | keertjes |
keer m
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- geen enkele keer
- voor de eerste keer
Vertalingen
1. telkens terugkerend tijdstip waarop iets gebeurt
geen enkele keer
|
voor de eerste keer
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| keren |
keer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keren
- Ik keer.
- gebiedende wijs van keren
- Keer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van keren
- Keer je?
Afrikaans
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| keer |
gekeer |
| volledig | |
Werkwoord
keer