insult
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·sult
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | insult | insulten |
| verkleinwoord | insultje | insultjes |
Zelfstandig naamwoord
insult o
- (medisch) een epileptische aanval, een toeval
- Ook deze patiënte kreeg een insult en overleed later.
- iets beledigends
- Een insult tegen de homo's.
Synoniemen
- [1] aanval, toeval
- [2] affront, belediging, krenking
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een epileptische aanval, een toeval
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.