beledigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·le·di·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| beledigen |
beledigde |
beledigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
beledigen
- (overgankelijk) nare opmerkingen maken tegen of over een persoon
- Hij had zijn buurman beledigd, dus die ging boos naar huis.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. nare opmerkingen maken tegen of over een persoon