hamer

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·mer

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord hamer hamers
verkleinwoord hamertje hamertjes

hamer m

  1. (gereedschap) werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan.
    Hij probeerde met de hamer hard op de spijker te slaan, maar raakte per ongeluk zijn duim.
  2. (anatomie) één van de gehoorsbeentjes in het oor.
    De hamer heeft een belangrijke functie bij het overdragen van geluid in het oor.
Vertalingen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen