hamer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·mer
Zelfstandig naamwoord
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hamer | hamers |
| verkleinwoord | hamertje | hamertjes |
hamer m
- (gereedschap) werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan.
- Hij probeerde met de hamer hard op de spijker te slaan, maar raakte per ongeluk zijn duim.
- (anatomie) één van de gehoorsbeentjes in het oor.
- De hamer heeft een belangrijke functie bij het overdragen van geluid in het oor.
Vertalingen
1. werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan
Afgeleide begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.