hamer
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ha·mer
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hamer | hamers |
| verkleinwoord | hamertje | hamertjes |
Zelfstandig naamwoord
hamer m
- (gereedschap) werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan
- Hij probeerde met de hamer hard op de spijker te slaan, maar raakte per ongeluk zijn duim.
- (anatomie) één van de gehoorsbeentjes in het oor
- De hamer heeft een belangrijke functie bij het overdragen van geluid in het oor.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Iets onder de hamer brengen.
- Iets veilen.
Vertalingen
1. werktuig dat kan worden gebruikt om te slaan
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| hameren |
hamer
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hameren
- Ik hamer.
- gebiedende wijs van hameren
- Hamer!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hameren
- Hamer je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.