martel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • mar·tel

Werkwoord

vervoeging van
martelen

martel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van martelen
    Ik martel.
  2. gebiedende wijs van martelen
    Martel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van martelen
    Martel je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen