haat

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haat
enkelvoud meervoud
naamwoord haat -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

haat m

  1. een sterk gevoel van vijandschap
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
haten

haat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van haten
  2. gebiedende wijs van haten


Tetum

Hoofdtelwoord

haat

  1. vier