haak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- haak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haak | haken |
| verkleinwoord | haakje | haakjes |
Zelfstandig naamwoord
haak m
- een soort gebogen nagel, waaraan men, als deze in de muur bevestigd is, voorwerpen kan ophangen
- winkelhaak (3 mogelijkheden !)
- (biologie) haakvormig gebogen plantendeel
- elk van de tekens, rond of met hoeken, om woorden of getallen af te zonderen dus ( ) [ ]
Hyponiemen
- combinatieschrijfhaak, dreghaak, karabijnhaak, klemhaak, knopenhaak, pikhaak, schrijfhaak, trekhaak, vishaak, vleeshaak, winkelhaak, zwaaihaak, zweihaak,