haak
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- haak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | haak | haken |
| verkleinwoord | haakje | haakjes |
Zelfstandig naamwoord
haak m
- een soort gebogen nagel, waaraan men, als deze in de muur bevestigd is, voorwerpen kan ophangen.
Vertalingen
1.