vishaak

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·haak
enkelvoud meervoud
naamwoord vishaak vishaken
verkleinwoord vishaakje vishaakjes

Zelfstandig naamwoord

vishaak m

  1. een meestal metalen haak bevestigd aan een lijn waarmee gevist wordt
    Doe even wat aas op die vishaak!