visserij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vis·se·rij
enkelvoud meervoud
naamwoord visserij visserijen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

visserij v

  1. (beroep) het vangen van vis, al of niet als broodwinning
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen