griep
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- griep
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | griep | - |
| verkleinwoord | griepje | griepjes |
Zelfstandig naamwoord
- (medisch) een virusziekte die jaarlijks vele mensen ziek maakt en die voor ouderen gevaarlijk kan zijn [1]
- Vorige week is er weer griep uitgebroken.
- mestvork (-> greep) [2]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een vierusziekte die jaarlijks vele mensen ziek maakt en die voor ouderen gevaarlijk kan zijn
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.