gesprek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ge·sprek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord gesprek gesprekken
verkleinwoord gesprekje gesprekjes

Zelfstandig naamwoord

gesprek o

  1. een mondelinge conversatie waarbij informatie uitgewisseld wordt
    Het gesprek werd onderbroken doordat zijn mobiele telefoon afging.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen