talk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • talk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord talk
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

talk m

  1. een zacht, wit en poedervormig mineraal, een fylosilicaat met de chemische formule H2Mg3(SiO3)4 of Mg3Si4O10(OH)2.
    Zij gebruikte wat talk toen zij de baby een schone luier gaf.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
talk talks

Zelfstandig naamwoord

talk

  1. gesprek
vervoeging
onbepaalde wijs to talk
he/she/it talks
verleden tijd talked
voltooid
deelwoord
talked
onvoltooid
deelwoord
talking
gebiedende wijs talk

Werkwoord

talk

  1. praten, spreken.
Synoniemen
Hyperoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • a pep talk
    • een gesprek om iemand op te beuren
  • all talk (and no action)
    • vaak praten om iets te doen, maar het nooit eigenlijk doen
  • to be all talk
    • vaak praten over iets moedigs maar het nooit doen
  • (figuurlijk) to be like talking to a brick wall
    • praten tegen iemand die niet luistert
  • (it's been) good talking to you
    • een beleefde uitdrukking gebruikt aan het einde van een gesprek
  • (figuurlijk) now you're talking
    • je hebt eindelijk een goed idee
  • (figuurlijk) to talk the same language
    • dezelfde ideeën, smaken enz. hebben.
  • to talk around something
    • praten terwijl je het onderwerp ontwijkt
  • to talk back
    • onbeleefd terugspreken
  • to talk big
    • opscheppen
  • to talk down
    • een debat winnen
    • iemand overtuigen om de prijs te verlagen
  • to talk down to
    • iemand aanspreken in een neerbuigende manier
  • to talk in riddles
    • op een manier praten dat moeilijk te verstaan is
  • to talk into
    • iemand overtuigen
  • talk is cheap
    • het is makkelijk om iets te zeggen, maar moeilijk om iets te doen
  • to talk on
    • doorpraten
  • to talk out
    • iets oplossen door te praten
  • (vulgair) to talk out of your arse/ass
    • iets doms zeggen
  • to talk something over
    • iets bespreken
  • to talk sense
    • redelijk praten
  • to talk the talk
    • iets zeggen waardoor het waar lijkt
  • (figuurlijk) to talk to hear your own voice
    • meer praten dan nodig is
  • I'll talk to you soon
    • met iemand zo duidelijk over de telefoon spreken
  • to talk tough
    • in een manier praten zodat anderen jouw vrezen
  • to talk up something
    • iets promoten of ondersteunen